Jozzonetten: 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Space captain
(voor Joe Cocker) 

Bedoel je misschien dat
we niet op aarde zijn?
Het lijkt dan ook alsof
we leven in de ruimte
tussen golvende manen.
In het sterrenbeeld Leeuw
zoek ik naar de aarde
door jouw betovering heen.
Eens kom ik met wilskracht
door jouw betovering heen
zoek ik naar de aarde
in het sterrenbeeld Leeuw
tussen golvende manen.
We leven in de ruimte.
Het lijkt dan ook alsof
we niet op aarde zijn.
Bedoel je misschien dat? 

Snipperdag 

Ik hoef vandaag niet veel te doen.
Zacht passeert het leven.
Uren drinken van daglicht
onder een glazen hemel.
Wolken trekken vredig traag
over mensen, die zich haasten.
Mij krijgt men niet ongerust.
Vandaag ga ik in vaart van wolken.
Mij krijgt men niet ongerust
over mensen, die zich haasten.
Wolken trekken vredig traag
onder een glazen hemel.
Uren drinken van daglicht.
Zacht passeert het leven.
Ik hoef vandaag niet veel te doen. 
 


Maandag Maandag
(een jozzonet)


Elke maandag, echt elke maandag
slaap ik uit in het warme bed
terwijl de wereld aan de slag gaat
en de treinen overvol zijn.
Niemand mist mij waar de wegen
naar het werk of scholen loodsen.
Zwijgend laat men zich gelaten
naar de plichtsvervulling leiden.
Zwijgend laat men zich gelaten
naar het werk of scholen loodsen.
Niemand mist mij waar de wegen
en de treinen overvol zijn.
Terwijl de wereld aan de slag gaat
slaap ik uit in het warme bed
Elke maandag, echt elke maandag.



Het pact van staal
(een jozzonet)


Op de grens van water en lucht
drijven twee mensen voor eeuwig
in hun waterdicht ei.
Sinds de eerste ontmoeting
zocht hij zichzelf slechts in haar.
Toen zij zich in hem verloor
sloot de cocon om die twee.
Toen zij zich in hem verloor
zocht hij zichzelf slechts in haar.
Sinds de eerste ontmoeting
in hun waterdicht ei
drijven twee mensen voor eeuwig
op de grens van water en lucht.


Hemelogen (voor R.)
(een jozzonet)


Aarde
draait om de
zon; de maan
straalt als de
oogopslag, die
snoept van jouw
aandacht voor hem, hij
snoept van jouw
oogopslag, die
straalt als de
zon. De maan
draait om de
aarde.

 


Andere gedichten: 

De schaduw van zilver

a. Ode aan nummer twee


Je gaf al je kracht aan dat zilver.
Het hangt met een glans om je hals.
Je hebt niet verzaakt, hij was beter
En geen van ons twee speelde vals.


Je staat er goed bij, treetje lager.
Je lacht, want je maakt niet de fout
van de afgunst, geen mens is sportiever.
Juist die glimlach bij zilver is goud.


b. Lamento van nummer twee


Nooit zal mijn hoofd als grote eerste prijken.
Bij blinkend goud lijkt al mijn zilver grijs.
Nooit zal men mij als hoogste kunnen roemen.
De zonderling in mij geeft zich niet prijs.


Nooit zal een lauwerkrans mijn hoofd omzomen.
Onoverwinnelijkheid valt niet ten deel.
De winnaar weet van winnen, diep van binnen
gloeit zijn geluk oneindig vaak en veel.


Vanaf de tweede tree kijkt men omhoog
en krijgt de les van aan de roem te ruiken.
Dan nog geeft deze eenling zich niet bloot.
Hij weigert zijn talenten te gebruiken.


Nooit staat die sukkel in het volle licht.
Hem zal de schaduw van de winnaar resten
berustend in de troost der laffe smoes:
De eersten zijn al lang niet meer de besten.
 

Uit de onderwereld

Weena, hoogkantoren.
Achter spiegels merken
managers en klerken
mij niet op, verloren

lopend diep, hier onder
deze glaspilaren
kapitale aren
oogsten immer blonder.

Stadsgeluiden smoren
achter spiegels. Zonder
zicht op binnen sterken

zij zich aan het wonder
van daar boven werken.
Hen zal ik niet storen.


Kluit nummer negen


Ik ben een man
van vette klei
van westenwind
en regen

en als ik loop
op watervlakten
wordt mijn gang
 

en ga ik door
het vuur dan maakt
dat mij nog meer
verlegen

ik ben een kluit
van rulle klei
de akker net
ontstegen


Hanenvel

Ik kan wel wat met kippenvel.
De kriebels doen me goed
wanneer ik zachtjes naast je kruip
en ik je vel ontmoet.

Dan gaan de haren overeind
in bobbels op je huid.
Ik strijk ze met mijn handpalm neer
terwijl jij ogen sluit.

Je draait je om, je bent wat moe
Je mond is lekker nat.
Ik zoen je ogen teder toe
en heel je huid mooi glad.
 

6 vragen zonder antwoord 

Waarom denk ik
dat een ander dat bevalt
wat mij bevalt? 

Waarom denk ik
dat een ander dat bevalt? 

Waarom denk ik? 

Waarom bevalt me dat? 

Waarom bevalt me
dat een ander denkt? 

Waarom bevalt me
dat een ander denkt
wat ik zelf denk? 

Een gedicht in twaalf verschillende woorden
19.6.2002 

Drie momenten 

Toen een moment
nog een moment was
liep de klok trager.
Vroeger is stof. 

Nu is het woord
dat als echo
vroeger galmt.
Nu is het moment! 

Straks
is dat moment
waarop je wacht
al voorbij. 

Geschreven na beluistering van het muziekstuk voor gitaar met de titel "Très moments" van de Spaanse componist Joseph Baucells, gespeeld door Lourdes Pavìa op 19 januari 1995 in Theater "het Kapelletje" te Rotterdam. 

 

 

Jozzonetten:
    Space captain
    Snipperdag
    Maandag Maandag
    Het pact van Staal
    Hemelogen

Andere Gedichten:
    De schaduw van zilver
    Uit de onderwereld
    Kluit nummer negen
    Hanenvel
    6 Vragen zonder antwoord
    Drie momenten